In die tijd besloot ik om geen formele verzamelaar te worden; niet van penningen, van oude effecten of van postzegels. Zelfs niet van kunst … tenzij dat zou kunnen op een inspirerende manier, zonder het gewicht en de doctrine van de serieuze verzamelaar. Alleen kunstwerken kopen die prettig in mijn huis passen en ze van tijd tot tijd gewoon vervangen door nieuwe. Maar ja, ‘The more you like art, the more art you like’ zei meesterverzamelaar Saatchi al.
Het verzamelen van design in de vorm van sieraden en functionele ontwerpen bleek een welkome escape want ik had inmiddels galerie Marzee in Nijmegen ontdekt en dat appelleerde aan mijn hebberigheid. Het begon met een fantastische design gimmick: ’het rode mondje’ van Herman Hermsen: een plastic oorbel met een spleetje, waarmee je hem om een oorlel kunt klemmen. Als vanzelf volgden een papieren armband van Nel Linssen en een zilveren ring met vilt van Miriam Verbeek. Mijn interieur werd opgevrolijkt met de onvermijdelijke eiervaas van Marcel Wanders, een nep bolletje knoflook, bubbelglazen van Borik Sipek, fraaie witte Makkum-bekers van Sander Luske, turquoise vazen van Jan van de Vaart, een varkentjesspaarpot en tenslotte vitra-stoelen van Ray Eames. De sieraden evolueerden van grappige Matrushka oorbelletjes uit de 3D printer van Michiel Cornelissen (Eindhoven) tot een calligrafisch halssieraad van staal en zilver van Yu Chun Chen en een uitschuifbare gouden ring van Okinari Kurokawa (Marzee). Vaak zijn het voorwerpen met organische vormen en van natuurlijke materialen, intrinsiek refererend aan het cyclische van het leven as Such.
Van verzamelen was met dit al nog geen sprake. Natuurlijk had ik graag de klok van Maarten Baas gekocht of zijn Turbo Table, maar ja, niet ten koste van een jaarlijkse verre reis. Ik volg nog graag het werk van ex-studenten dat ik heb leren kennen tijdens mijn inzet voor de ArtEZ academies en de Design Academy, zoals Iris van Herpen, Levi van Veluw en Scarlett Hooft Graafland (Arnhem), Daan Roosengaarde (Enschedé), Dave Hakkens en Teresa van Dongen (Design Academy). Hun idealisme is hartverwarmend en hoopgevend.
Als pensionado raakte ik tenslotte mijn verzamelangst kwijt en nu kan ik er echt van genieten om af en toe iets daadwerkelijk te kopen. Maar het principe blijft: iets erbij, dan iets anders eruit. Het oudere, Arnhemse werk (Ad Gerritsen, Klaas Gubbels) moet plaats maken voor nieuwe werken die me nu fascineren, zoals dat van Marleen Sleeuwits (2011) en Richard Kofi (2021) of (Bart Lunenburg, 2022). Meestal geen piepjonge kunstenaars want ze hebben na de academie echt tijd nodig om hun draai te vinden. Het verzamelen als fantasie heeft zo tot mooie, doordachte aankopen geleid.
TIPS EN TRICKS
Voor mij draait het primair om het plezier van kunst en design verkenningen, niet om de potentiële waarde als investering. Die materiële waarde is immers betrekkelijk.
Verzamelen als fantasie werkt zo: maak via internet oriëntatie een wensenlijst met wat je wilt zien. Stel dat je wilt beginnen met design, ga dan naar musea en galeries om je smaak aan te scherpen. Nu is er bijvoorbeeld een overzichtstentoonstelling Women in Design in de Kunsthal. Maak er meteen een dagje Rotterdam van en bezoek het depot van Boijmans en een paar galeries. In oktober naar de Design Week in Eindhoven en de 3de week van januari naar de Salone del Mobile in Milaan. Na elk bezoek noteer je je fijnste kijkervaringen; zo komen op den duur vanzelf favorieten boven drijven.